Säubrennerkirmes
Willkommen in Wittlich

De sage van de zeugen aan het spit

Het is Friedrich von Ehrenberg die geschiedenis maakt
Wittlich, stad en kasteel zijn belegerd, belaagd.
Maar de muren en torens, die houden wel stand,
ook als ze bijna worden geramd
door de vijand die erop los gaat.


Op een avond, de zon gaat al onder,
Heeft de poortwachter behoorlijk gedonder
Hoe moet de poort worden dichtgemaakt
Nu de grendel van de poort is zoekgeraakt
En die grendel, dat is een vijfponder


De nacht valt weldra. Hij moet voort.
Dan vindt hij een peen. Nu moet die de poort
vastzetten en blokkeren.
Hij zal de dief later wel leren
en verlaat het unheimliche oord


Onrust, strijd overdag
is voor de dieren een hard gelag
in de nacht wordt het tijd voor een hap
zo gaat ook een varken op stap
en hij ruikt al gauw iets dat hij mag


hij doet zich te goed aan de peen
en al snel is die heel ver heen
voldaan legt het dier zich ter ruste
maar Wittlich, dat gaat ervan lusten
de vijand breekt door de poorten heen


Dagen later. Het stof daalt neer.
Wittlich raakt langzaam weer in de weer
De stad is geschonden
Wittlich likt z’n wonden
Maar van de vijand blijkt niets meer…


De zwijnen knorren. Het kost ze de kop.
Groot en klein, ze jagen ze op
naar de Markt, waar het vuur al tekeer gaat
Wittlich weet hoe een zwijn aan een spit braadt
En het vlees van het varken smaakt top


Die relatie houdt altijd nog stand
Wittlich en zeugen hebben een band
krijgt het dier een leven lang tijd,
eens per jaar uit zich toch weer de nijd
als het zwijn bruin boven het vuur hangt.